Burgerschapsonderwijs: 'Je doet al veel meer dan je denkt'
Qompas sprak met burgerschapscoördinator Francesco Mores van het Stella Maris College. We vroegen hem naar de grootste uitdagingen in LOB en burgerschap, best practices en het gebruik van Qompas.
In het kader van de campagne 'Hart voor LOB en burgerschap' sprak Qompas met burgerschapscoördinator Francesco Mores van het Stella Maris College in Meerssen. We vroegen onder andere naar de grootste uitdagingen in LOB en burgerschap, best practices en natuurlijk het gebruik van Qompas.
Om te beginnen: kan je iets over jezelf vertellen?
‘Natuurlijk! Ik ben Francesco, sinds 2022 docent aardrijkskunde en maatschappijleer bij het Stella Maris College in Meerssen, en sinds 2,5 jaar ook burgerschapscoördinator. Daarnaast ben ik ook MR-lid, en coach ik gedoubleerde leerlingen in studievaardigheden. Mijn studie heb ik destijds gedaan in Utrecht. Maar de liefde trok, vandaar dat ik nu werkzaam ben in Meerssen.’
Hoe is je affiniteit met burgerschapsonderwijs ontstaan?
‘Voordat ik bij het Stella Maris aan de slag ging, heb ik acht jaar gewerkt op een school in Leerdam. Op die school hadden we door de ligging tussen Rotterdam en Utrecht te maken met stadsproblematiek in een dorpse context. Dat heeft mijn interesse in burgerschapsonderwijs verder aangewakkerd. Want als docent aardrijkskunde en maatschappijleer was die interesse er natuurlijk in beginsel al.’
Wat houdt jouw rol als burgerschapscoördinatie precies in?
‘Die heeft zich de afgelopen 2,5 jaar ontwikkeld, want toen ik begon was er eigenlijk niets, behalve een verouderde standaard voor burgerschapsonderwijs. Fase één was daarom het uitdenken en schrijven van een beleidsstuk. Ik vond het belangrijk om dat op mijn manier te kunnen doen, en die vrijheid kreeg ik gelukkig van de directie. Ik baal er altijd van als een beleidsstuk betekent: een dossier dat in een la belandt en waar vervolgens niks mee gebeurt. Dat wilde ik voorkomen. Daarom ben ik eerst met de school in gesprek gegaan over het begrip ‘burgerschap’. Ik heb sectieleiders de vraag gesteld: wat versta je eigenlijk onder burgerschap? En vervolgens: wat doe je er al aan? Die gesprekken vormden de basis voor het beleidsdocument.’
Hoe verliepen die gesprekken?
‘Het lastige van de conceptkerndoelen voor burgerschap van SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling, red.) is dat ze heel algemeen zijn. Een aantal secties zeiden dan ook: wij doen niks aan burgerschap. Maar dat is gewoon niet waar. Als je goed kijkt naar de dagelijkse praktijk, dan zal je zien dat veel kerndoelen al aan bod komen. Al kijk je maar naar je houding tegenover de leerlingen en naar wat jij van hen verwacht. Ook daarin zit burgerschap. Bovendien is burgerschap een containerbegrip waar heel veel onder verstaan kan worden. De secties gaven er dan ook verschillende betekenissen aan. Dat alles bij elkaar maakt het heel interessant om dat gesprek te voeren.’
En wat behelsde fase twee?
‘De volgende stap was het inventariseren en coördineren van de projecten die wij onder burgerschapsonderwijs hangen. Ik coördineer dus niet de projecten zelf, dat ligt echt in handen van de secties. Met uitzondering natuurlijk van de projecten die ik in mijn eigen lessen verwerk. Als burgerschapscoördinator fungeer ik dus vooral als spin in het web. Ik probeer collega's bijvoorbeeld te enthousiasmeren om er iets mee te gaan doen, vooral waar dat misschien te weinig gebeurt, of waar docenten daar niet meteen aan denken. En tot slot is het natuurlijk mijn taak om het burgerschapsdossier van Qompas uit te rollen binnen de school. Het beleidsplan en de methode kunnen wel heel mooi in elkaar zitten, maar als er vervolgens niks mee gedaan wordt, sla je de plank alsnog mis.’
Kan je schetsen hoe het burgerschapsonderwijs er nu uitziet op jullie school?
‘Wij hebben er nadrukkelijk voor gekozen om het niet weg te zetten als een op zichzelf staand vak, maar om het onder te brengen in alle vakken. Alle secties krijgen dus de opdracht om iets aan burgerschap te doen. De gedachte daarachter is dat veel van wat we doen al raakt aan burgerschap. Eigenlijk hoeven we hier en daar alleen wat accenten te leggen. In de praktijk betekent dit dat alle secties in hun sectieplan moeten opnemen wat zij in de basis aan burgerschap willen doen. Sinds kort maken zij daarnaast een document met projecten, opdrachten en lessen die bij dat basisplan passen.’
Hoe zorg je dat het burgerschapsonderwijs aan de wettelijke kaders voldoet?
‘Op basis van de sectieplannen ben ik gaan zoeken naar hiaten in ons burgerschapsonderwijs, vanuit de conceptkerndoelen gezien. Momenteel ben ik bezig met uitzoeken waar we die hiaten het beste kunnen onderbrengen. Een voorbeeld daarvan is de democratische rechtsstaat. In de onderbouw komt dat thema eigenlijk niet aan bod. Vervolgens is de vraag: welke sectie kan en wil het oppakken? Zo zorg ik ervoor dat uiteindelijk alle kerndoelen kunnen worden afgevinkt.’
Dat klinkt allemaal heel mooi en goed uitgedacht.
‘Ook van de onderwijsinspectie kregen we veel complimenten, maar wel met de kanttekening dat we niet voor de makkelijke weg kiezen. Daar hebben wij bewust niet voor gekozen. Daarom zijn we ook zo blij met Qompas, omdat je daarmee doorlopend een dossier kan opbouwen. Daardoor heb je straks aan de eindstreep iets concreets wat je kunt laten zien.’
Wat zijn momenteel de grootste uitdagingen in het burgerschapsonderwijs op jullie school?
‘Het begrip burgerschap vormt op zichzelf al een uitdaging. Ik overdrijf denk ik niet als ik zeg dat die term bij 95% van de docenten in het verkeerde keelgat schiet. Iedere keer dat ik op het podium sta om tegenover het voltallige personeel iets te zeggen, zie je bij wijze van spreken de ogen al rollen. Dat maakt het ook moeilijk om het niet als een moetje te beleven. En leerlingen, die zegt het al helemaal niks. Zichtbaarheid en bewustwording creëren zijn daarom mijn grootste uitdagingen. Daarnaast is beginnen met Qompas een uitdaging. Dat is voor de meeste docenten bij ons op school iets nieuws. Zoiets moet gaan leven, en dat kost tijd. Daarom heb ik mezelf drie jaar de tijd gegeven om Qompas uit te rollen binnen de school. Tegelijkertijd vind ik het ook nog steeds een uitdaging om de invulling van het burgerschapsonderwijs concreet te krijgen. De wetgeving zegt: alles kan, alles mag, maar het moet wel. Die vrijheid is fijn, maar zorgt ook voor een flinke opgave. Wat willen we bijvoorbeeld in het portfolio terugzien? En willen we daar minimale eisen aan stellen? Dat zijn vragen waar ik nog een antwoord op moet formuleren.’
Hoe helpt Qompas je met die uitdagingen?
‘Precies vanwege die uitdagingen ben ik zo blij met Qompas. Met name het burgerschapsdossier en de mogelijkheid om ervaringen toe te voegen vind ik super. Daarom hebben we heel bewust voor Qompas gekozen. Het geeft ons precies de ruimte die we, gezien onze visie, nodig hebben. Doordat leerlingen doorlopend met het toevoegen van ervaringen bezig zullen zijn, ontstaat hopelijk vanzelf de bewustwording waar ik naar op zoek ben. Daarnaast mijn complimenten voor jullie kant-en-klare lessen (Qompas voor de klas, red.). Daar staat heel veel bruikbaars in, dus ook die lessen zijn we al volop aan het inzetten.
Wat zijn op dit moment de belangrijkste verbeterpunten binnen Qompas?
‘Eigenlijk heb ik geen kritiekpunten. Wat er nu staat, past al heel goed bij de manier waarop wij burgerschap aanvliegen. Ik ben natuurlijk wel heel benieuwd naar nieuwe ontwikkelingen, waarvan ik weet dat jullie er bij Qompas doorlopend mee bezig zijn.
Naast burgerschapscoördinator ben je zelf ook vakdocent. Wat zijn jouw best practices?
‘Bij best practices denk ik eigenlijk vooral aan kleine aanpassingen, zoals het gebruiken van een verrassende werkvorm. Daardoor kunnen onverwachte leermomenten ontstaan. Een voorbeeld: laatst vroeg ik een brugklas aan het eind van de aardrijkskundeles of ze de leerdoelen wel of niet dachten te beheersen. Bij één van de leerdoelen was de verdeling 50/50. Ik heb toen elke leerling die zei het leerdoel te beheersen, gevraagd dit leerdoel uit te leggen aan een leerling die aangaf van niet. Een aantal van hen viel daardoor meteen door de mand: zij wisten eigenlijk helemaal niet zo goed waar ze het over hadden. Enkele anderen konden het juist prachtig uitleggen. Een ander groepje zei: ik weet het wel, maar uitleggen vind ik lastig. Ik denk dat ik daarmee op meerdere vlakken burgerschap geraakt heb. Sommige leerlingen moesten zich afvragen: in hoeverre ben ik eerlijk naar mezelf? Terwijl anderen moesten uitzoeken: hoe kan ik bepaalde kennis op een ander overbrengen? Een ander voorbeeld: na een groot geschiedenisproject heb ik mijn mentorklas een ervaring in het burgerschapsdossier laten aanmaken, met als titel ‘Hoe ging de samenwerking?’. Zo wordt iets kleins als reflecteren op je eigen handelen een leermoment dat raakt aan burgerschap. Geen grootse opdrachten dus, maar kleine leermomenten in de context van een ‘gewone’ les.’
Bij Qompas zitten LOB en burgerschap in één methode. Waarom hebben jullie gekozen voor een methode die dat allebei biedt?
‘Ik hoop zelfs dat het in de toekomst technisch mogelijk wordt om daar één dossier voor te gebruiken. Ik denk namelijk dat LOB per definitie burgerschap is, en andersom. Die twee dingen moet je koppelen. Dat is ook precies de reden dat wij met het decanaat hebben gezegd: laten we de handen ineenslaan. Hier op school moeten ze voor LOB bijvoorbeeld bedrijven bezoeken en meelopen. Hoezo zou dat geen burgerschap zijn? Hoe je je daar gedraagt, verslaglegging, werken aan je leerdoelen; het zijn allemaal dingen die raken aan burgerschap. Of je in het kader van LOB afvragen: wie ben ik en wat wil ik? Ook dat is in mijn ogen burgerschap.’
Hebben jullie ook nog alternatieven overwogen?
‘Ja. Daarbij heb ik vooral gekeken naar manieren om zelf ruimte voor dossiervorming te creëren, bijvoorbeeld via een bestaand platform. Het nadeel daarvan is dat je burgerschap daarmee juist lostrekt van LOB. Dat was precies wat we niet wilden. Andere LOB- en burgerschapsmethodes hebben we niet overwogen. Die leggen de focus eigenlijk allemaal op het kenniselement van hun methode, zoals vragenlijsten of kennistoetsen. Met zo’n methode, die je inhoudelijk alles uit handen neemt, houd je eigenlijk het probleem dat ervoor zorgt dat burgerschapsonderwijs lastig te implementeren is. Het blijft dan een losstaand iets, een moetje.’
Tot slot: wat zou je scholen die nog zoekende zijn op het gebied van LOB en burgerschap adviseren?
‘Veel scholen zijn nu pas in de beleidsfase. Tegen die scholen zou ik willen zeggen: maak eerst keuzes. Dus vraag je af: wat willen we ermee? Ga je voor de voor de hand liggende weg en maak je er een vak van, of kies je er zoals wij voor om het bij alle secties onder te brengen? Het maakt eigenlijk niet uit, zolang je maar een duidelijke keuze maakt. Het tweede wat ik ze zou adviseren is: benader het niet alsof het helemaal nieuw is, maar ga de school in om te zien wat je al doet aan burgerschap. Probeer dus niet het wiel opnieuw uit te vinden, want je doet waarschijnlijk veel al.’
Meer informatie over LOB en burgerschap vind je op onze website.